|
Het
departement
van de Dordogne
strekt zich
uit over de
vlaktes van
de Périgord.
Het stijgt in
het Oosten in
heuvels terwijl
het in het westen
daalt naar de
vlakten van
Saintonge en
Guyenne. Het
wordt overgestoken
door de rivieren
: Bandiat, La
Dronne, l'Isle,
l'Auvézère,
la Dordogne,
la Vézère
en de Dropt.
De bossen van
Landaais et
Double bedekken
het westen van
het departement.
De Perigord
heeft dus een
heel gevarieerd
landschap.
De
hoofdstad van
het Departement
is Périgueux
en de drie andere
belangrijke
steden zijn
Bergerac, Nontron
en Sarlat la
Canéda.
Land
van de troubadours,
van Montaigne,
de Boétie,
van Fénélon,
van Eugène
Le Roy, maar
ook van André
Maurois.
De
landbouwactiviteiten
zijn gevarieerd.
In het noorden
vindt men vooral
koeien, terwijl
het grootste
gedeelte van
het departement
landbouw (granen,
tabak) en vee
combineert.
De
Dordogne Vallei
is bekend om
zijn aardbeien
en de wijnbouw
(Bergerac, Monbazillac)
Het
is een gebied
eveneens zeer
bekend om zijn
noten, truffels
en 'foie gras'
De
Perigord is
na Parijs, het
Departement
dat het rijkst
is aan historische
monumenten.
De
rijkdom van
zijn verleden,
vooral préhistorisch
(Lascaux, les
Eyzies-de-Tayac)
en zijn gastronomische
specialiteiten
maken van de
Dordogne een
toeristisch
departement.
|